Inspirerende dag bij het Wetterskip (door Mark Stuijt)

Bars lijken de hekken een geheimzinnig terrein af te sluiten. Je moet Beheer bellen om het hek open te krijgen, maar dan blijkt ineens iedereen vriendelijk. Het rwzi is misschien niet de meest logische plaats om een dag van de uitwisseling te beginnen met deelnemers uit verschillende overheden, instellingen en bedrijven, maar het schept wel een band. Hier is immers geen koning, keizer of admiraal, maar wie de put ‘influent’ opendoet, herkent ze allemaal en dat vervult ons wel met plaatsvervangende schaamte. Alsof je ongewild een wind laat in een volle lift. Door tijdgebrek kan de rondleiding slechts enkele facetten laten zien, maar het inspirerende verhaal van Yde van der Kooij onderstreept het adagium dat afval niet bestaat. Met de proefopstelling waar hij voor verantwoordelijk is, stelt het rwzi zijn processen ter beschikking voor innovatie en doet dat met succes. Dat er voor restproducten van de rwzi een markt is, wordt iedereen duidelijk.

Het is een creatieve oplossing van de organisatoren om het imago van het Wetterskip aan de hand van door de deelnemers gekozen beelden te laten illustreren. Daarmee biedt de presentatie over de werkzaamheden en de opgaven van het Wetterskip genoeg aanknoping om alle vragen van de deelnemers te beantwoorden. Ook het middagprogramma sluit daar goed op aan. Ik word door mijn contactpersoon meegenomen naar de stuurgroep assetmanagement. De aanwezige opgavemanagers (maar ze heten anders) behandelen welk inzicht er nodig is om op de assets te sturen en het directeurenoverleg op de hoogte te stellen. Een boeiend gesprek waar ik als deelnemer niet alleen stil op een krukje hoefde luisteren. Zo’n bijeenkomst is misschien wel heel vlug in het diepe, maar om de slagvaardigheid van de instelling te kunnen beoordelen, is het zo slecht nog niet. Daarna een uitvoerig en zeer openhartig gesprek gehad met mijn evenknie bij het Wetterskip over opgaven, assets, organisatieveranderingen en de rol van het beleidscluster. Meer inhoudelijk heb ik met Arjen van der Mark gesproken over zilt en zoet, beheersbaarheid versus adaptatie en de horizon van het waterschap voorbij de technische mogelijkheden. Bij het opschrijven ervan schrik ik van de grote woorden, maar het was wederom een boeiend gesprek.

Het meest inspirerende was voor het laatst bewaard: Jan van Rijen begon met een technische uitleg over het verschuiven van gradiënten en kwellen, waarbij ik aanvankelijk driftig aantekeningen maakte, maar waar uiteindelijk de mogelijkheden voor agrarische bedrijfsvoering op moeilijke gronden, de veenweidegebieden met een veel hoger waterpeil, ter sprake kwamen en toen werd het echt een discussie. Daar was het mij om te doen. Ik heb een goede indruk gekregen van een gedreven organisatie, met mensen die vanuit hun vaak technische achtergrond weten waarvoor ze staan, maar die maatschappelijke uitdagingen niet uit de weg gaan. Maar toen was het wel 17:45 uur.

Mark Stuijt
(Provinsje Fryslân)